Systeemherstel (bekend van eerdere Windows-versies) maakt het mogelijk om Windows te herstellen naar een eerder gemaakt systeemherstelpunt. Deze herstelfunctie is bijzonder nuttig wanneer Windows op de een of andere manier in de problemen komt, bijvoorbeeld na installatie van kwaadwillende software of een desastreus verlopen Windows-update. Deze herstelfunctie kan zelfs voorkomen dat Windows opnieuw moet worden geïnstalleerd, een echte redder in nood dus!

Echter, na installatie van Windows 10 is systeemherstel standaard uitgeschakeld! Waarom Microsoft hiervoor heeft gekozen is een raadsel, er wordt blijkbaar de voorkeur gegeven aan de systeemherstel mogelijkheden van Windows 10. In tegenstelling tot Systeemherstel wordt echter niet de mogelijkheid geboden om Windows te herstellen naar een eerder gemaakt herstelpunt. Het is daarom verstandig om via het configuratiescherm, onderdeel Herstel, optie Systeemherstel configureren te controleren of Systeemherstel actief is. Met de knop Configureren is per partitie in te stellen of systeemherstel op de betreffende partitie actief is, voor een goede werking is het belangrijk dat systeemherstel voor de WIndows-partitie is ingeschakeld. Na inschakelen is het verstandig direct een herstelpunt aan te maken (knop Maken) zodat vanaf dat moment systeemwijzigingen ongedaan gemaakt kunnen worden.

                                            systeemherstel


De herstelgegevens worden per partitie apart opgeslagen in de verborgen systeemmap System Volume Information als zogenaamde systeemherstelpunten en kunnen met de knop Systeemherstel (of via het configuratiescherm, onderdeel Herstel, optie Systeemherstel starten) op elk gewenst moment worden teruggezet.

Bron: Menno Schoone